Dieren en dierenbescherming

Print

Een ziek of gewond wild dier gevonden?

Het dier moet gepaste voeding en verzorging krijgen. Daarom onderneemt u best zelf niets en brengt u het dier zo vlug mogelijk over naar een erkend opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Daar beschikken de verantwoordelijke en zijn dierenarts over de nodige expertise. In elke Vlaamse provincie is minstens één erkend opvangcentrum actief. Hier vind je hun contactgegevens (volledig adres, telefoonnummers, website).

Ziet u zelf vervoeren niet zitten? Bel dan het Wildlife Taxi Team op 0472 32 65 32. Een netwerk van vrijwillige transporteurs zorgt ervoor dat het dier in goede handen terechtkomt.

 

Verwaarloosde of mishandelde dieren

Als u getuige bent van een dier dat verwaarloosd of mishandeld wordt, kan u dat melden op 2 manieren:

  • Is het dringend of kent u de eigenaar niet? Neem dan contact op met de politie, zij kunnen de eigenaar opsporen.
    U kan hen contacteren op 053 65 00 55 of via e-mail.
  • Bij het meldpunt van de dienst Dierenwelzijn. Als u de eigenaar van het dier niet kent, kan de dienst Dierenwelzijn niet optreden. Discretie wordt verzekerd. Anonieme klachten worden niet behandeld.

Katten

Iedereen die een kat verkoopt of weggeeft moet het dier laten steriliseren/castreren en registeren. Ook als u de kat gratis weggeeft!

Meer info over pensions, dierenartsen en andere vindt u op de website van het LNE.

Heeft u last van zwerfkatten? Meer info vindt u hier.

Honden

Verplichtingen

Het politiereglement Openbare Overlast bepaalt dat honden op de voor het publiek toegankelijke plaatsen steeds aan de leiband moeten lopen. Bovendien is de toegang voor honden verboden (uitgezonderd assistentiehonden) op de begraafplaatsen, op de sportinfrastructuur, in openbare gebouwen, in parken en op speelpleinen.

De begeleider van een hond moet steeds de hondenpoep verwijderen en heeft hiervoor altijd een zakje bij zich. Hij kan ook zijn hond naar een afgebakende hondenweide of -toilet loodsen. Ook hier dient de hondenpoep opgeruimd te worden.

Hondeneigenaars die het reglement niet respecteren, riskeren een administratieve geldboete van maximaal € 200.

Registratie

Sinds 1998 moeten alle honden in België geregistreerd zijn. Meer informatie hieromtrent vindt u op de website van het LNE.

Loslopende honden

Loslopende honden kunt u melden aan de politiezone TARL op 053 65 00 65.
Indien men de eigenaar niet kan achterhalen, laat de politie de hond ophalen door:

Veterinary Assistance VZW
VETAS
Jan Tieboutstraat 99
1731 ZELLIK
www.vetas.be

Huisdiersticker

Wat is een huisdiersticker?

De gemeente stelt een huisdiersticker ter beschikking aan de inwoners. Door deze sticker op het raam of de deur van uw woning te kleven, kan u aan de hulpdiensten laten weten hoeveel én welke huisdieren er in uw huis aanwezig zijn. Zo kan het aantal huisdieren dat sterft in een woningbrand drastisch worden verminderd.

Ik wil wel zo'n sticker. Hoe geraak ik hieraan?

U kan de sticker afhalen aan de balie van het onthaal van het gemeentehuis of vragen dat de sticker op uw adres met de post wordt bezorgd (aanvraag via dit webformulier)

Marters

De steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn zijn de meest voorkomende marterachtigen. Het zijn snuggere roofdieren, die graag dicht bij de mensen wonen. Met hun opstaande oortjes en dikke vacht zien ze er bijzonder aaibaar uit. Bovendien zijn het nuttige wezentjes. De lenige jagers helpen om muizen en rattenplagen in je leefomgeving te voorkomen.

Schade

Vooral steenmarters maken het soms nogal bont. Ze kunnen voor geluidsoverlast zorgen en durven daken, isolatie of auto-onderdelen beschadigen. Soms belagen ze zelfs je kippen of kleine huisdieren als cavia’s en konijnen.

Maatregelen

Een hele reeks maatregelen helpt samenleven met marterachtigen aangenamer te maken. Een overzicht van preventieve basismaatregelen die je kan nemen om schade te voorkomen vind je op http://www.natuuralsgoedebuur.be/nl-BE/Marters%20en%20co#.WVIS3OnfOUk.

Schadevergoeding

Enkel wanneer er ondanks het nemen van minstens één van deze basismaatregelen schade wordt vastgesteld, kan men aanspraak maken op een schadevergoeding. Meer info vind je op http://www.natuuralsgoedebuur.be/nl-BE/Marters%20en%20co#.WVITpOnfOUm en http://steenmarter.be/984/

 

Bestrijden van duivenoverlast

Het gemeentebestuur werkt samen met Vets For City Pigeons rond een duurzaam en diervriendelijk beleid voor het bestrijden van overlast door  duiven.
Het controlebeleid van Vets For City Pigeons is opgebouwd rond geboortebeperking. Via een voederdispenser in het Warandepark krijgen de duiven op een vast tijdstip de duivenpil, een maïskorrel gecoat met het contraceptief bestanddeel R-12, voorgeschoteld.
De werking van de duivenpil is eenvoudig, omkeerbaar en veilig voor mens en dier.

Tegelijk krijgen duiven voedsel binnen en gaat hun gezondheid erop vooruit. Het project staat volledig onder de begeleiding van een ervaren dierenarts.

VEELGESTELDE VRAGEN 

Waarom anticonceptie als bestrijdingsmiddel?

Met anticonceptie houdt men een duivenpopulatie op een effectieve, diervriendelijke en ethisch verantwoorde manier onder controle. Alleen op deze manier wordt een stabiele en gezonde duivenpopulatie bereikt. Deze methode wordt gesteund door GAIA.

Wat is R-12?
R-12 is een veterinair geneesmiddel in de vorm van maïskorrels die gecoat zijn met een kleine dosis nicarbazine.
Nicarbazine is een geneesmiddel dat in de pluimveehouderij gebruikt wordt in preventieprogramma’s rond coccidiose, een darmparasiet bij vogels. Het heeft als bijwerking dat het membraan tussen de dooier en het eiwit wordt aangetast. Hierdoor vindt er geen embryonale ontwikkeling plaats.

De bijwerking is volledig omkeerbaar en het effect verdwijnt 4-6 dagen na de laatste toediening, waarna het dier zich opnieuw kan voortplanten. Ook de gezondheid van het dier komt niet in het gedrang.

Heeft dit effect op alle duiven?

De duif is een groepsdier en binnen een kolonie heerst een duidelijke rangorde, vooral tijdens het eten. De dominante dieren beslaan 15% van de groep, krijgen het meeste voedsel en planten zich snel voort. Dit is de groep waar Vets For City Pigeons op mikt. Als je deze groep aanpakt, bereikt men onrechtstreeks de hele populatie. Door R-12 in het voortplantingsseizoen te voeren, krijgt de dominante groep automatisch de juiste portie van het werkzame product binnen. Het gevolg: minder jongen.

Hoe werkt het?

Deze methode werkt volgens een stappenplan:

1. Diagnose van de situatie

Een dierenarts van Vets For City Pigeons komt langs en brengt het probleem in kaart. De kolonies worden geobserveerd en de duiven geteld. Na een grondige analyse van deze informatie worden de voederplaatsen, de dagelijkse dosis en het tijdschema bepaald.

2. Start van de behandeling

Gedurende twee weken worden de stadsduiven geconditioneerd met niet-behandelde maïskorrels. Vervolgens start het traject met R-12 via een automatische dispenser.

3. Opvolging

De dierenarts staat in voor een periodieke monitoring en evaluatie. Zo kan nagegaan worden of het geneesmiddel correct wordt ingenomen, kunnen de voederplaatsen opgevolgd worden en kan de dosis, indien nodig, aangepast worden..

4. Finale telling

Aan het einde van de behandeling wordt een laatste telling uitgevoerd. De aantallen worden geëvalueerd en vergeleken met de aantallen van de eerste telling.

5. Herhaling

Het hele proces kan jaarlijks herhaald en bijgesteld worden.

Wat zijn de effecten op het milieu, mens en dier?
  • Mensen: een mens zou 750 kg/dag moeten eten voor er gezondheidsrisico’s optreden.
  • Duiven: R-12 veroorzaakt geen negatieve bijwerkingen of letsels bij duiven ; het heeft een positief effect op hun gezondheid en beschermt hen tegen coccidiose.
  • Hobby- en reisduiven: inwoners hoeven zich geen zorgen te maken. Nicarbazine (het actieve bestanddeel van R-12) is een middel tegen coccidiose, dat als bijwerking heeft dat het membraan tussen eigeel en eiwit permeabel wordt. Hierdoor kan er geen kuiken in het ei groeien. Dit effect is slechts tijdelijk, begint te werken na 5 dagen opname en verdwijnt binnen de week na het stoppen van de opname. Een toevallige passant, zoals een reisduif, zal in het slechtste geval dus 5 dagen mee-eten, op krachten komen, behandeld zijn tegen coccidiose en terug naar zijn hok vliegen. De duif is op dat moment ook zeker geen kweekduif en zal dat ook niet binnen de 7 dagen worden. Er is dus geen enkel risico op verminderde vruchtbaarheid bij de reisduiven van de liefhebbers.
  • Roofvogels: een roofvogel die een duif eet, nadat die met R-12 gevoerd is, wordt niet ziek of onvruchtbaar.
  • Andere vogels: andere vogels en duiven die mee willen eten, krijgen zelden de kans van de dominante stadsduiven ; bovendien zijn andere vogels vaak kleiner en kunnen ze de maïskorrels niet opnemen.
  • Milieu: dit anticonceptiemiddel bevat geen hormonen waardoor er geen schadelijke stoffen in de bodem of in het oppervlaktewater komen ; de hoeveelheid nicarbazine die in het milieu zou kunnen vrijkomen tijdens de behandeling ligt minstens 100 keer lager dan de Europese richtlijn met betrekking tot milieurisicobeoordeling.
Waarom is er een voederverbod in Liedekerke?

Een voederverbod is een belangrijke factor voor het weren van duiven. Duiven zijn snel geconditioneerd. Als ze iedere dag gevoederd worden, komen ze steeds opnieuw terug. Met de nodige overlast van dien - denk aan uitwerpselen, rondvliegende vogels en agressie. Als duiven niet meer gevoederd worden, zoeken ze elders eten. Er is eten genoeg beschikbaar en duiven zijn erg vindingrijk. Er bestaat dus geen gevaar dat duiven verhongeren of sterven.  

Trekt R-12 ratten aan?
Stadsduiven zijn gulzige eters. Bij het voederen van R-12 zijn de maïskorrels binnen enkele minuten volledig verdwenen. Er blijft zelden maïs liggen, en wat er overblijft, wordt opgeruimd. Op die manier blijft er niets over voor eventuele restjeseters, zoals ratten, en kan er geen overlast optreden.

Gaan alle duiven verdwijnen?
Bij het voederen van R-12 worden nooit alle duiven bereikt. Om onvruchtbaar te worden - en te blijven -, moet een duif 5 dagen per week minstens 8 gram R-12 eten. Niet alle duiven krijgen deze portie binnen. Zo zullen er altijd koppels zijn die nieuwe jongen voortbrengen. Om te schetsen: een koppel dominante stadsduiven kan tot wel 12 jongen per jaar voortbrengen. Met geboortebeperking dunt de populatie op een organische manier uit. Er worden minder jongen geboren en de populatie verkleint door natuurlijke sterfte. Naarmate de populatie kleiner wordt, worden ook de dosissen R-12 kleiner. Op deze manier wordt een gezonde, stabiele en evenwichtige populatie bereikt.

Meer info: Website Vets For City Pigeons